Kleding is vuil als je vlekken ziet of als het ruikt. Is dat niet zo, dan kun je het vaak nog een keer dragen. Ondergoed, sokken en bezwete sportkleding zijn de uitzondering: die horen na één keer dragen in de was.
Kijk en ruik voor je wast
Veel kleding belandt uit gewoonte in de wasmand. Je trekt iets 's avonds uit en gooit het erbij, ook als het nog schoon is. Neem even de tijd om te kijken:
- Zie je vlekken? Dan in de was, of eerst de vlek weghalen.
- Ruikt het naar zweet of etensgeur? Probeer eerst luchten. Blijft de geur, dan in de was.
- Is de vorm weg? Een trui met uitgezakte mouwen of een broek met uitgezakte knieën wordt in de was weer strakker.
Is het antwoord drie keer nee, hang het dan terug of leg het apart om nog eens te dragen.
Welke kleding vaak moet en welke niet
Hoe vaak iets in de was moet, hangt af van hoe dicht het op je huid zit en hoeveel je zweet. Dit is een ruwe leidraad. Wie veel zweet of buiten werkt, wast vaker.
| Kleding | Wanneer wassen |
|---|---|
| Ondergoed en sokken | Na elke keer dragen |
| Sportkleding | Na elke keer sporten |
| T-shirts en hemdjes | Meestal na één keer dragen |
| Overhemden en blouses | Na één of twee keer, als je er een shirt onder draagt |
| Broeken en spijkerbroeken | Na een aantal keer dragen |
| Truien en vesten | Na een aantal keer, zeker als je er iets onder draagt |
| Jassen | Een paar keer per seizoen, of bij vlekken |
| Pyjama | Na een paar nachten |
Handdoeken en beddengoed vallen hier buiten. Die blijven lang vochtig of komen elke dag met je huid in aanraking. Die was je beter regelmatig, en vaak ook warmer. Lees meer in op 30 graden wassen.
Luchten in plaats van wassen
Veel geuren gaan er met frisse lucht vanzelf uit. Dat werkt vooral goed bij wol, truien, jassen en broeken.
- Hang de kleding na het dragen op een hanger, niet direct in de kast.
- Zet het een nacht bij een open raam of buiten, als het droog weer is.
- Laat kleding helemaal drogen voor het terug in de kast gaat. Vochtige kleding gaat muf ruiken.
Wol leent zich hier goed voor. Op het label van veel wollen kleding staat al dat je het maar af en toe hoeft te wassen.
Kleine vlekken apart weghalen
Een kleine vlek is geen reden om een hele trui te wassen. Haal de vlek weg met een vochtig doekje en een klein beetje wasmiddel of zeep. Dep, niet wrijven. Spoel na met een doekje met schoon water en laat het drogen.
Werkt dat niet, dan moet het kledingstuk alsnog in de was. Behandel de vlek dan wel eerst. In vlekken: de basisregels lees je hoe.
Wat minder vaak wassen oplevert
Minder slijtage. Elke wasbeurt kost de stof een beetje. Kleuren vervagen, stof gaat pluizen en elastiek wordt slap. Kleding die minder vaak in de machine gaat, blijft langer mooi.
Een vollere trommel. Als je wacht tot je genoeg was hebt, draai je minder halve trommels. Een volle trommel gebruikt per kledingstuk minder water, energie en wasmiddel. Doe de trommel wel niet te vol. Wil je weten hoe vol, lees dan de trommel goed vullen.
Minder wasmiddel. Minder wasbeurten betekent dat je fles langer meegaat. Bij licht vervuilde was kun je bovendien de rij voor licht vervuilde was uit de doseertabel gebruiken.
Zo begin je
- Kijk en ruik voor iets in de wasmand gaat.
- Hang kleding na het dragen eerst te luchten.
- Haal kleine vlekken apart weg.
- Wacht met wassen tot je een volle trommel hebt.
- Was ondergoed, sokken, sportkleding, handdoeken en beddengoed wel gewoon op tijd.